PLATVORM VOOR DE ZIEL
•TEGENSTREVEN IN TUSSENTIJD•
VERWONDERAARS, OPSTANDIGEN, BETWETERS, FUCKSIASTEKKERS EN KUNSTENAARS, LAATMAARWAAIERS, KNIEZERS, SCHAVUITEN, GELIEFDEN EN VERDWAALDEN, RUIMHARTIGEN, EIGENHEIMERS, VREEMDELINGEN, AUTODIDACTEN EN UITVINDERS, FIGURANTEN, FANTASTEN, GODDELOZEN, TRIANGELSPELERS EN DROMERS, REIZIGERS, VERZAMELAARS, DOEMDENKERS, HALFSLACHTIGEN, OPTIMISTEN EN APEGAPERS...
vrijdag 20 augustus 2010
RAAMVERTELLING
Mijn voordeur heeft één raam en mijn woonkamer 13 ramen, waarvan één specifieke aan de straatkant en daar hang ik af en toe iets voor wat me opvalt of beweegt. Een actualiteit, een emotie...een geweldige uitlaatklep en bron van plezier. Vorig jaar lente had ik b.v. een nestje mereltjes in de klimop. Met een laddertje ben je er zó bij om een foto van het grut te maken, levensgevaarlijk: ma & pa merel voeren allerlei aanvalsvluchten over je heen en schelden je helemaal verrot maar de foto is binnen, net als het besef dat het merelouderpaar me al snel weer vergeven en vergeten is als indringer: immers ik hoor bij het tuinmeubilair! Daarna alle handelingen verrichten om de foto en de tekst uiteindelijk op papier te printen om deze daarna in het plastic hulsje te hangen voor het voordeurraam. Ergens, op een tijdstip in de daaropvolgende week, ik stond toevallig in de gang, hoorde ik wat kinderen murmelen die voor mijn huis stonden en even daarna weerklonk in de hele straat mijn tekst gescandeerd door de lezertjes: " Het is lente, OVERAL!...OVERAL!". Dan rommelt er een leuk orgaantje zo in de buurt van je middenrif. Soms zie ik mensen op mijn voordeur afkomen om te lezen wat daar dan wel niet staat, soms ontstaat een kleine discussie: voedsel voor mijn ziel. Soms word ik ook wat vilein, maar je moet wél erg goed doorkijken soms: choqueren is een beetje té gemakkelijk...alhoewel...als je maar een klein burgertje bent en veel te zeggen is het soms moeilijk het simpel te houden.
donderdag 19 augustus 2010
woensdag 18 augustus 2010
WEEE-WEEE...DADA
Ik heb een hekel aan een bruidssluier, groeit altijd uit de klauwen. Een keer heb ik op een mooie zomerdag een meting gedaan en dan kom je uit op meer dan 10 cm. per dag, reken maar eens uit. Nu deed de situatie zich voor dat ik een lege tuin zo gauw mogelijk groen wilde hebben om de mussen te lokken, dus ik ben overstag gegaan en heb bij de achterdeur weer zo'n wildgroeier neergezet naast de klimop en tegenover de spar, met onvermoede gevolgen.
Een regelrechte mussen"plaag". Alle juvenieltjes uit de buurtnesten slapen 's nachts in de bruidssluier en opgeteld zijn dat er zo langzamerhand zo'n stuk of dertig. Tegen zeven uur 's avonds komen ze van alle kanten aanflapperen en gaan een plekje zoeken voor de nacht in de wir-war van staketsels. Zo'n anderhalf uur worden roddels uitgewisseld, kleine meningsverschillen en zelfs heftige discussies met vallende veertjes als het om de eigen slaaptak gaat. Een telefoongesprek voeren met open tuindeur is bijna niet meer mogelijk, zoveel stampij. Het gedicht van Jan Hanlo is niet compleet weet ik nu: tjilp alleen is niet voldoende: mussen voeren hele conversaties onderling, je zou er haast sonnetten in herkennen. Het regent al een paar dagen en de musjes schuilen dan ook overdag tussen de takken onder mijn slaapkamerraam en zo kreeg ik de ultime gelegenheid iets van de mussenspraak bij te leren. Ergens uit een hoekje van de tuin klonk een nauwelijks hoorbaar en waterig jsjieee-weee en dat een aantal keer achter elkaar. Een andere mus, we noemen hem maar even DA, zittend in de bruidsluier antwoordde even later met een scherp geratel en was daarna een tijdje stil. Uit de tuin weer dat zielige geweee, waarop DA drie keer een enorme variatie aan piepjes, tjilpjes en wulpjes ten gehore bracht. Het bleef een tijdje stil tot weee-weee weer begon, onophoudelijk. DA begon met een niet na te vertellen scala aan geluidjes waarin ik op gegeven ogenblik het geluid van regen herkende. Omdat DA dit nog een aantal keren herhaalde kon ik dit staven: écht ik kan er niets anders van maken: ergens in het lange liedje klonk het als regen dat van dakpannen klatert. Weee-weee was vanaf dat moment niet meer te horen. Ik weet het, mensen proberen altijd te projecteren, maar ik bedacht me opeens dat de jonge mussen nog nooit eerder in hun korte bestaantje zoveel regen over zich heen hadden gekregen. Het leek werkelijk alsof DA uitleg gaf over dit natuurverschijnsel aan Weee-Weee, al was het dan in Mussentaal. Bijvoorbeeld zoiets als eerst: een oplettjilpje, daarna een piepje dat eten(gewoonte) betekend, dan een regenrateltje en als afsluiting een geruststellend piepeltje. en dat drie keer herhaald om de boodschap goed in te laten zinken. Als ik ga slapen, slapen 40 centimeter achter de muur naast me 30 juvenieltjes, is dat niet wonderbaarlijk wakker worden.
Een regelrechte mussen"plaag". Alle juvenieltjes uit de buurtnesten slapen 's nachts in de bruidssluier en opgeteld zijn dat er zo langzamerhand zo'n stuk of dertig. Tegen zeven uur 's avonds komen ze van alle kanten aanflapperen en gaan een plekje zoeken voor de nacht in de wir-war van staketsels. Zo'n anderhalf uur worden roddels uitgewisseld, kleine meningsverschillen en zelfs heftige discussies met vallende veertjes als het om de eigen slaaptak gaat. Een telefoongesprek voeren met open tuindeur is bijna niet meer mogelijk, zoveel stampij. Het gedicht van Jan Hanlo is niet compleet weet ik nu: tjilp alleen is niet voldoende: mussen voeren hele conversaties onderling, je zou er haast sonnetten in herkennen. Het regent al een paar dagen en de musjes schuilen dan ook overdag tussen de takken onder mijn slaapkamerraam en zo kreeg ik de ultime gelegenheid iets van de mussenspraak bij te leren. Ergens uit een hoekje van de tuin klonk een nauwelijks hoorbaar en waterig jsjieee-weee en dat een aantal keer achter elkaar. Een andere mus, we noemen hem maar even DA, zittend in de bruidsluier antwoordde even later met een scherp geratel en was daarna een tijdje stil. Uit de tuin weer dat zielige geweee, waarop DA drie keer een enorme variatie aan piepjes, tjilpjes en wulpjes ten gehore bracht. Het bleef een tijdje stil tot weee-weee weer begon, onophoudelijk. DA begon met een niet na te vertellen scala aan geluidjes waarin ik op gegeven ogenblik het geluid van regen herkende. Omdat DA dit nog een aantal keren herhaalde kon ik dit staven: écht ik kan er niets anders van maken: ergens in het lange liedje klonk het als regen dat van dakpannen klatert. Weee-weee was vanaf dat moment niet meer te horen. Ik weet het, mensen proberen altijd te projecteren, maar ik bedacht me opeens dat de jonge mussen nog nooit eerder in hun korte bestaantje zoveel regen over zich heen hadden gekregen. Het leek werkelijk alsof DA uitleg gaf over dit natuurverschijnsel aan Weee-Weee, al was het dan in Mussentaal. Bijvoorbeeld zoiets als eerst: een oplettjilpje, daarna een piepje dat eten(gewoonte) betekend, dan een regenrateltje en als afsluiting een geruststellend piepeltje. en dat drie keer herhaald om de boodschap goed in te laten zinken. Als ik ga slapen, slapen 40 centimeter achter de muur naast me 30 juvenieltjes, is dat niet wonderbaarlijk wakker worden.
dinsdag 17 augustus 2010
RAAMVERTELLING
VRIJE ASSOCIATIE
WOORDEN
ONGEHOORD
OVERDUIDELIJK
NIEMANDSLAND
PATSTELLING
LAWAAI
AANVAL
ASOCIAAL
TREURNIS
STOP!
WOORDEN
ONGEHOORD
OVERDUIDELIJK
NIEMANDSLAND
PATSTELLING
LAWAAI
AANVAL
ASOCIAAL
TREURNIS
STOP!
maandag 16 augustus 2010
-ZONDERKUNSTENAARSGEENKUNST-
‘de marginalisering van de kunstenaar, die door zijn ‘standalone’ positie buiten spel wordt gezet: ‘Zowel het rijk als andere overheden neigen ertoe om de directe investeringen in de praktijk van kunstenaars in te ruilen voor een beleid waarbij presenterende, producerende en faciliterende instellingen een grotere rol gaan spelen. Kunst en cultuur zijn verregaand geïnstitutionaliseerd, maar de overheid meet hun belang te eenzijdig af aan economisch en sociaal rendement,’
http://zonderkunstenaarsgeenkunst.wordpress.com/
DROOM
Ik bevind me in een kleine cirkel zo groot in diameter dat ik er ook uitgespreid in kan liggen. De cirkel is omgeven door staven die één hand onmogelijk kan omvatten en ik heb een ijzerzaagje. Buiten de cirkel alleen maar paden zonder einder, waarvan ik weet dat ik ze allemaal nog moet bewandelen. Ik weet dat om de paden te bereiken ik enkele staven zal moeten doorzagen en heb daar de moed niet toe. Ik weet niet eens te beslissen hoe te beslissen: ik zit in de cirkel en vraag me de volgorde af: binnen in de cirkel beslissen welk pad ik neem, of pas daarbuiten dankzij het zaagwerk. Nu ik beter kijk, zie ik bij een miniem aantal van de paden een richting aanwijs bordje waarop staat:" al afgelegd" en herinner me deze wegen opeens. Ik zit in de cirkel en kan me niet meer voorstellen dat ik de moed kan opbrengen weer één van die paden in te slaan, ik zou niet weten welke keus te maken. De staven lijken steeds ondoordringbaarder. Ik zit in de cirkel en zie plotseling dat er ook een schepje ligt. Ik maak een tunnel onder de staven door, of ik graaf een holletje waarin ik veilig ben.
Abonneren op:
Reacties (Atom)


